Rechter gezocht met bewezen gevoel voor humor

Ik werkte vijf dagen per week als kantonrechter in Alkmaar, maar heb één dag opgegeven voor het Rijdende Rechterschap. In het najaar van 2015 werd ik benaderd. De eerste uitzending was in januari 2016. De wervingsadvertentie was: `Rechter gezocht met bewezen gevoel voor humor’. Ik heb tien jaar geleden al eens geroepen ‘als Frank ermee ophoudt, neem ik het over’. Dat leek me toen al leuk om te doen. Het is een combinatie van het rechterschap, waar ik ontzettend veel van hou, en mijn behoefte om op het podium te staan. Ik heb getwijfeld tussen de toneelschool en een rechtenstudie. Ik heb ook tussentijds overwogen om nog over te stappen, want ik houd van zingen en acteren. Ik hoefde dus niet naar de toneelschool om op het podium te staan. Bij de Rijdende Rechter kon het ook. Als rechter geniet ik het meest van het formele recht: de puzzel en de oplossing. Wat ik heel feestelijk vind aan het zijn van kantonrechter, is dat veel partijen op de zitting komen zonder advocaat. Ze komen hun zaak in persoon bepleiten. Meer dan de helft van met name de gedaagden komt zonder advocaat. Het kan over alles gaan. Vaak zijn het incassozaken en verder www, ofwel: zaken over wonen, werken, winkelen. Wat partijen feitelijk zeggen, moet ik in het recht passen. Dat is een vraag-en-antwoordspel met partijen. Partijen spreken hun eisen en wensen uit en is het is aan mij te kijken of het recht daarin tegemoetkomt. Het is mijn taak de rechtsgronden aan te vullen.’

 

Klein menselijk feed

Als ik kijkers van het programma spreek, zeggen ze altijd “Nou ja, waar gáát dat over!?” Er wordt vaak als eerste gerefereerd aan de kleinheid van het leed. Ze vinden dat leed eigenlijk te klein om er zo veel aandacht aan te besteden en emoties aan te verbinden. Maar het programma loopt al twintig seizoenen. Dus aan weerszijden van het glas is hier blijkbaar voldoende behoefte aan. Bij de term ‘klein menselijk leed’ denk ik aan mijn Rijdende Rechterzaken, maar ik zeg meteen: er is geen klein menselijk leed. Je ziet aan de emoties dat het idioot is om het klein te noemen. Het is eigenlijk: kleine oorzaak, maar groot menselijk leed. Als je die persoon die het ervaart zou bestuderen, zie je enorm veel verdriet, spanning, stress, slapeloosheid. Die mensen hebben vaak helemaal geen leven meer. Het is allesomvattend, zeker bij burenruzies.’

 

Communicatie

Wat maakt nou dat die mensen ruzie krijgen over iets kleins, vraag ik Reid. Dat is dezelfde reden bij de Rijdende Rechter als bij de rechtbank. Ikl ben nu al heel lang rechter. Daar komt ie: het is in negen van de tien gevallen miscommunicatie. En dat is het. En de rest, ja, onwil, allerlei menselijke tekortkomingen, toeval, pech. Er zijn allerlei zaken die tot conflicten kunnen leiden, maar miscommunicatie is vaak de bron. Veel medische aansprakelijkheidszaken zouden bijvoorbeeld voorkomen kunnen worden als de arts meteen op een kwetsbare manier open kaart zou spelen. Veel artsen durven dat niet, vanwege de verzekering. Zonder communicatie is er ook geen erkenning.

 

Als rechters krijgen we ook communicatiecursussen. We hebben als rechter de opdracht om in elk geval te onderzoeken of partijen niet tot een regeling kunnen komen. Dat je partijen dwingt om zich in ieder geval even in de ander te verplaatsen. Neem de klant die de factuur van de tegelzetter niet wil betalen omdat het voegwerk niet wit genoeg is. Die is boos. Maar daar zit ook een boze tegelzetter aan de andere kant. Die is misschien wel in zijn beroepseer aangetast. Daaraan ontleent hij wellicht zijn identiteit. En iemand zegt hem dat hij zijn werk niet goed heeft gedaan. Het kan nooit kwaad om dan tegen de eiser te zeggen: “Ziet u hoe boos die man is? Hoe zou dat komen?” “Geen idee”, zegt die eiser dan. En dan zeg ik tegen de verweerder: “Voelt u zich in uw beroepseer aangetast?” “Nou!”, zegt zo’n man dan, “ik doe dit al 32 jaar en nu sta ik voor de rechter!” Dat hoort zo’n eiser dan. Even los van wie gelijk heeft of wat het recht voorschrijft, de erkenning over en weer is belangrijk. Bedenk je: rechtsregels geven een oplossing voor als mensen er niet uitkomen. De rest van de conflicten wordt in de regel gewoon door mensen opgelost met hun communicatieve vaardigheden.’

 

Externe geschillenbeslechter

‘”k was in Den Haag bij een nieuwjaarsreceptie van de Raad voor de rechtspraak. Daar werd ik aangesproken door kritische collega’s. Die zeiden: “We vinden dat het niet deugt wat je doet als Rijdende Rechter. Omdat wij als rechters mede de taak hebben om te kijken of we partijen nader tot elkaar kunnen brengen. En dan dus een uitspraak doen. Jij laat een deel van het werk liggen omdat je per definitie een uitspraak doet. “lk was even uit het veld geslagen, maar toen zag ik de denkfout. De mensen die bij de Rijdende Rechter komen, die zijn al overeengekomen dat zij zich zullen neerleggen bij mijn uitspraak. Dus die hebben in feite al geschikt”.

 

Een uitspraak kan ook een hele goede manier zijn om belangenconflicten zonder gezichtsverlies te beslechten. Want dan kun je zeggen: iemand anders heeft beslist dat het zo moet, al ben ik het er niet mee eens. “Dan is het voorbij voor ze. Ze hoeven niet toe te geven. Dat kan bevrijdend zijn. Het idee dat mensen hun eigen conflicten zouden moeten oplossen, is niet zaligmakend. Er is een rol voor een externe geschillenbeslechter, die aan de belangen van partijen tegemoet kan komen, ook als ze ongelijk hebben. Je hoeft niet bang te zijn dat je iemand persé te kort doet door hem geen gelijk te geven“. 

 

De confrontatie aangaan

‘Bij die buren gaat het natuurlijk nooit om de boom. Er zijn namelijk in Nederland een miljoen bomen die te dicht bij een erfgrens staan. Probeer maar eens een boom te vinden die NIET te dicht op een erfgrens staat, die erfgrens is namelijk twee meter. Waarom zitten al die mensen niet bij de Rijdende Rechter? Omdat het niet om de boom gaat. “Maar als het dan niet over de boom gaat, wat lost een uitspraak over de boom dan op voor die mensen”, vraag ik Reid. “Vaker dan ik verwacht gaat het na een uitspraak beter. Ik tast in het duister over het waarom. Omdat ik ervan overtuigd ben dat het nooit om de boom gaat. Dus wat lost zo’n uitspraak dan op? Ik heb een theorie. Ik zei net al dat het merendeel van de conflicten ontstaat door miscommunicatie. Of misschien kan ik beter zeggen, door non-communicatie. Wat het programma in elk geval doet, is de mensen dwingen om in elkaars aanwezigheid hun onvrede te uiten. Dat kan escalerend werken, maar dat kan ook het effect hebben dat je de positie van de ander verneemt. Vaak voor het eerst. Ik vraag vaak: `wilt u dat?’ En Jetske (Elzinga, red.) in de studio doet dat ook zeker. “Ziet u wat dat met uw buurman doet?” Dat is ook haar rol.

 

Het is voor veel mensen eng om de confrontatie aan te gaan. leder conflict gedijt vreselijk bij de aanwezigheid van een toeschouwer, ten goede en en ten kwade. Omdat er een camera meekijkt, maakt het je onkwetsbaar om je grieven te uiten. Her is daarentegen heel intiem om naar een buur te gaan en te zeggen: “ik vind dat je ontzettend veel barbecuet in de zomer en ik heb daar last van”. Dat is intiem en confronterend. Met een camera erbij kun je dit in alle veiligheid zeggen. Je kunt geen klap krijgen. Het heeft natuurlijk iets te maken met angst of onvermogen.

 

Geschreven taal op poten

‘Als je ergens zelf middenin zit, is het ook moeilijk om de emotie van de feiten te scheiden. Ik weet hoe het voelt. Ik heb lang geleden ook een burenruzie gehad, in Amsterdam. Er was een onderbuurman die plotseling een brief stuurde over deurwaarders en maatregelen als we niet over twee weken onze vloer maximaal hadden geïsoleerd. Nog nooit had hij er iets over gezegd, tegen ons. Ik realiseerde me hoe hard geschreven taal binnenkomt. Helemaal als het geschreven taal op poten is. Een brief van een advocaat is de beste manier om een conflict te verharden. Daarna komt het nooit meer goed. Behalve op een zitting als de rechter zegt: “kijk elkaar aan en doe normaal”. Ik voelde heel veel agressie toen ik die brief las. Hoe kun je rechtsmaatregelen aankondigen als je nog nooit normaal met me hebt gesproken? Al had hij volstrekt recht van spreken. Het was ook een vreselijke vloer.

 

Het is enger om iets persoonlijk bespreekbaar te maken, dan je te verschuilen achter een camerateam of een brief van een advocaat. Het is net als stellen die graag kibbelen als er bezoek bij is. Alsof ze zich bevrijd voelen van de dynamiek die er is als ze met zijn tweeën zijn. De achterliggende gedachte is dat ze ervaren dat er een ander is die kan zien dat ze gelijk hebben. Dat is ook de reden dat partijen meedoen aan de Rijdende Rechter. Ze denken allebei dat ze gelijk hebben. En nu gaat iedereen dat zien ook! Wat is er mooier dan dat mijn buurman ten overstaan van een miljoen kijkers ongelijk krijgt?

Ik denk dat de angst voor confrontatie een belangrijke reden is om dit soort conflicten op een onhandige manier op te lossen. Veel onhandiger dan de gêne die je wellicht voelt om je buurman direct aan te spreken. Ik heb wel eens het gevoel dat onze communicatieve vaardigheden achteruit gaan. En dat komt omdat we steeds minder praten en telefoneren. Telefoneren is bijna uitgesloten. Alles wordt geappt en gemaild. Het is makkelijker om te appen ‘sorry, ik kan niet komen, voel me niet zo lekker. Volgende keer’, dan diezelfde vriend op te bellen en dit te zeggen. Dat vinden we vervelend. Je appt liever, want dan wordt je niet direct geconfronteerd met de reactie van de ander. Een telefoongesprek is immers zo zeldzaam. In geschreven taal is alle non-verbale communicatie uitgeschakeld. Daarom komt het zo hard binnen en moet je je woorden zo zorgvuldig kiezen. En daarom moet je ook nooit een boze e-mail schrijven. Die komt binnen als een moker’.

 

Een grotere rol voor mediators

Kortom: we zijn slechter geworden in communiceren. En slechte communicatie is de basis van veel conflicten. Het werk van de Rijdende Rechter neemt alleen maar toe dan? Ja. En dat van iedereen die zich bezighoudt met het beslechten van conflicten. Ik vind ook dat de rol van mediators veel groter mag worden. Ik maak me sterk dat in de eed staat, en anders staat het in de gedragsregels, dat advocaten de taak hebben om te kijken of partijen er niet onderling uit kunnen komen. Hun primaire opdracht is regelen. Ik wil echt advocaten niet tekortdoen, maar in mijn ervaring worden er te veel procedures gevoerd.

 

Ik heb zelf ook wel eens gedacht: zou mediation niet leuk zijn om te gaan doen? De grootste toegevoegde waarde van mediation is dat de oplossing van de partijen zelf komt. Partijen kennen hun eigen belangen. Een jurist en ook een rechter heeft de neiging te denken dat hij de belangen van partijen wel kent. Rechters die proberen te schikken moeten ervoor waken dat ze niet invullen wat ze denken dat de belangen van partijen zijn. Je kent partijen niet. Wellicht hebben ze iets te verhapstukken waar het nog niet over is gegaan. “Ik vind dat de tijd voorbij vliegt. Mijn voorganger deed het twintig jaar. Mijn eerste jaar als Rijdende Rechter is zó voorbijgegaan. Wat ik er het leukste aan vind is het productieproces. Het maken van het programma. Het is heel gezellig”. Kijkers zeggen me: “Wat doen die mensen naar tegen elkaar!” Maar dat ben ik wel gewend. In mijn wereld heeft iedereen ruzie. Dat is mijn blik op de werkelijkheid’, zegt Reid lachend.

 

Over de auteur:

Judith Stoop is MfN-registermediator bij Geschikt! Mediation, gespecialiseerd in arbeidsconflicten. Ook is zij dagvoorzitter, onderzoeker en freelance docent. Zij heeft als redactrice van het Tijdschrift Conflicthantering een interview gepubliceerd in het gelijknamige tijdschrift. Een deel van dit interview is in deze blog overgenomen.